Wat zijn de primaire eisen bij kabelmanagement?

Primaire eisen bij kabelmanagement zijn essentieel voor een veilige en betrouwbare zonnepaneelinstallatie. Bekabeling op een dak leggen is niet het moeilijkste onderdeel, tenminste, als je weet waar je op moet letten. In deze blog ontdek je de belangrijkste aandachtspunten bij het aanleggen van een gelijkspanningsinfrastructuur.

 

Primaire eisen bij kabelmanagement starten met de juiste kabelkeuze
Het begint allemaal met de juiste solarkabels. Sinds 1 juli 2017 zijn alleen nog CPR-gekeurde kabels toegestaan bij PV-projecten. Let erop dat jouw bekabeling voldoet aan:

  • Brandreactieklasse Dca
  • Rookklasse S2
  • Hoge temperatuurbestendigheid (tot 90 °C)
  • Waterbestendigheid AD8

 

Voorkom residu en beschadiging van bekabeling
Volgens NEN1010 moet de kabelmantel intact blijven. Gebruik daarom geen thermisch verzinkte draadgoten, want zinkresidu kan scherpe randen veroorzaken. De RoofSupport draadgoot voorkomt dit dankzij een glad oppervlak en corrosiebestendigheid 8+.

 

Draadgoten knippen zonder risico
Gebruik een asymmetrische draadgootschaar om scherpe randen te vermijden. Eindstukken dek je af met een rubber dopje, dat voorkomt schade aan solarkabels.

 

Inductielussen voorkomen?
Houd kabels dicht bij elkaar. Volgens de NPR 5310:2017 moeten PLUS- en MIN-kabels zo dicht mogelijk naast elkaar liggen om inductielussen te beperken. Laat wel voldoende tussenruimte om vlambogen te vermijden.

 

Laat voldoende overlengte op kabels
Trek kabels in bochten iets terug om ruimte te laten voor krimp. Zo voorkom je trekbelasting en verleng je de levensduur van je installatie. Primaire eisen bij kabelmanagement maken het verschil tussen een veilige en risicovolle installatie.