Aarding in PV-installaties: veiligheid en normconformiteit

Bij het veilig aanleggen van een zonnepaneelinstallatie is het essentieel onderscheid te maken tussen aarding en potentiaalvereffening. Aarding zorgt voor het afvoeren van foutstromen en bliksemstromen naar de aarde. Potentiaalvereffening voorkomt gevaarlijke spanningsverschillen tussen elektrisch geleidende delen, zoals kabeldraagsystemen, montagerails en metalen behuizingen.

Zonnepanelen gedragen zich als een condensator ten opzichte van aarde. In theorie zou bij een zuivere gelijkspanning geen stroom lopen van de PLUS- of MIN-pool naar aarde. In de praktijk bevat de spanning van een trafoloze omvormer echter een wisselspanningscomponent ten opzichte van aarde. Hierdoor loopt er lekstroom van de panelen naar aarde. Om deze reden moeten alle metalen delen van de installatie, inclusief kabeldraagsystemen, via een functionele potentiaalvereffening met elkaar verbonden worden. Dit voorkomt ongewenste spanningsopbouw en vermindert elektromagnetische storingen. Een goed uitgevoerde aarding en potentiaalvereffening vergroot de veiligheid, minimaliseert storingskansen en draagt bij aan de levensduur van het systeem. Bovendien voldoet het systeem hiermee aan de voorschriften uit de NEN 1010:2020, die verplicht zijn voor veilige laagspanningsinstallaties in Nederland. Voor Conduct-systemen zoals RoofSupport, PVbox en PVshelter zijn voorgemonteerde equipotential bonding kits beschikbaar. Deze maken een snelle, betrouwbare en normconforme aansluiting mogelijk.

Wil je meer weten over veilig aarden en vereffenen in PV-systemen? Vraag hier het complete kennisdocument aan.

Kennis

Artikelen