Aarding van PV-installaties

Er bestaat in de markt nog veel discussie over aarding van zonnepaneelinstallaties. Maar wat is aarden precies? Aarden betekent dat ze door middel van een extra kabel verbonden worden met de aarde, zodat als er sprake is van overbelasting, de overtollige elektriciteit veilig de bodem in gaat. Daarnaast beschermt het je zonnepanelen, omdat deze dan niet defect kunnen raken of in brand kunnen vliegen door de plotselinge toename in stroom.

De nieuwe NEN 1010 (1 oktober 2020) stelt het aarden van een zonnepaneelinstallatie verplicht. Het montagesysteem wordt gezien als een metalen constructie, en moet dus geaard worden. De zonnepanelen zijn dubbel geïsoleerd en hoeven niet geaard te worden. Om te zorgen dat een zonnepaneelinstallatie veilig wordt aangelegd is het belangrijk om de richtlijnen van de NEN 1010 te volgen.

NEN 1010, de belangrijkste norm voor elektrische installaties in gebouwen

NEN 1010 geeft aan hoe laagspanningsinstallaties veilig worden aangelegd, uitgebreid en aangepast. Daarnaast geeft de norm duidelijkheid over controles en inspecties bij de oplevering van projecten. Zowel van woningen, als van utiliteitsbouw en industriële gebouwen.

Vanuit de NEN1010:2020 is duidelijk opgesteld:

Aarding is verplicht:

  • Zodra de array zich in de nabijheid van een bliksemafleider bevindt.
  • Als er een trafoloze omvormer wordt toegepast.

Aarding is aan te bevelen vanwege wisselspanning karakteristiek op zonnepanelen.  Kees Compaan van KWx legt uit:

Hoe werkt dit in de praktijk?

 

Er moet rekening gehouden te worden met verschillende methoden:

411.3.1.1 Veiligheidsaarding

Elke stroomketen moet een beschermingsleiding hebben, die met de relevante aardklem is verbonden.

Als er geen bliksemafleiderinstallatie is 6mm2
Als er wel een  bliksemafleiderinstallatie is, geldt de afstand tussen de PV- (of kabelgoot) en de bliksemafleiderinstallatie: < 50cm=koppelen >50cm niet koppelen:

  • niet gekoppeld PE= 6mm2
  • wel gekoppeld PE=16mm2

Opmerking: bij het potentiaalvereffenen van de bliksemafleiderinstallatie aan de PV-installatie geldt 16mm2.

411.3.1.2 Beschermende vereffening

  • In elk gebouw moeten de aardleiding, de hoofdaardrail of -klem en de volgende geleidende delen met de beschermende vereffening zijn verbonden:
    metalen leidingen voor inpandige voorzieningen, bijvoorbeeld gas en water;
  • Vreemde geleidende delen van de gebouwconstructie, indien deze tijdens normaal gebruik bereikbaar zijn, metalen centrale verwarmings- en luchtbehandelingssystemen;
  • Metalen wapening van gewapende betonconstructies, indien deze wapening bereikbaar is en betrouwbaar doorverbonden.

Als dergelijke geleidende delen van buiten het gebouw komen, moet vereffening plaatsvinden en wel zo dicht mogelijk bij het punt van binnenkomst.

712.542.101 Potentiaalvereffening van metalen frames in een PV-systeem

  • Waar potentiaalvereffening nodig is, moeten de metalen frames waaraan de PV-panelen zijn bevestigd, met inbegrip van de metalen kabeldraagsystemen, worden vereffend.
  • De vereffeningsleiding moet worden aangesloten op een geschikt aardingsaansluitpunt.

 

OPMERKING 1 Aansluitpunten van een bliksembeveiligingsinstallatie worden hiervoor niet geschikt geacht.

LET OP: In de NPR5310 rubriek 6.3.1 Aarding van metalen delen van een PV-systeem staat vermeld:

Indien de metalen delen van het PV-systeem met een bliksemopvanginstallatie zijn verbonden, mag er geen verbinding worden gemaakt met het aardsysteem van de elektrische installatie.

Dit is onjuist en zelfs brandgevaarlijk. Conduct is vanuit de NEC81 in gesprek met de verantwoordelijke personen om deze alinea uit de volgende editie NPR5310 verwijderd te zien.

712.542.3.101 Functionele vereffeningsgeleider

De vereffeningsgeleiders (geïsoleerd of niet geïsoleerd) moeten een minimale doorsnede hebben van 4 mm2 in koper, of hiermee gelijkwaardig.

514.3.1.2 Beschermingsleiding

  • Beschermingsleidingen moeten worden aangeduid met de kleurencombinatie groen-geel, en deze kleurencombinatie mag voor geen enkel ander doeleinde worden toegepast.
  • Geïsoleerde beschermingsleidingen voor aarding en vereffening moeten worden aangeduid als beschermingsleidingen.

514.3.7 Het weglaten van aanduidingen

Aanduiding met kleur of markering is niet vereist: voor metalen constructiedelen van het bouwwerk of vreemde geleidende delen die worden toegepast als beschermingsleiding. Het is voor de veiligheid wel aan te bevelen om kleurcodering toe te passen

Klik hier voor informatie over RoofSupport aardingskits.

Inspectie

Voor oplevering moet een inspectie plaatsvinden. In deel 6 van NEN 1010:2020 staat de algemene inspectie beschreven. Verder geeft NEN-EN-IEC 62446 aanvullende eisen voor documentatie van het systeem, de beproeving voordat het systeem in bedrijf wordt genomen, en de eerste inspectie.

Heeft u verder nog vragen over aarding van PV-installaties? Neem dan contact met ons op.